Eetstoornissen

Anorexia nervosa (AN)

Kenmerkend is het beperken van de energie-inname, wat leidt tot een significant laag lichaamsgewicht. Daarbij is er een intense angst om aan te komen, of gedrag dat gewichtstoename tegengaat, ondanks het lage gewicht. Ook is er een verstoorde beleving van gewicht of figuur: het zelfbeeld wordt er sterk door bepaald, of de ernst van het lage gewicht wordt niet erkend. Er zijn twee subtypen: het restrictieve type en het type met eetbuien en/of purgeren. AN begint meestal in de adolescentie en heeft de hoogste mortaliteit van alle psychiatrische aandoeningen.

Boulimia nervosa (BN)

Bij BN is sprake van terugkerende eetbuien: in een afgebakende periode een grote hoeveelheid voedsel eten, met het gevoel de controle te verliezen. Daarop volgt compensatoir gedrag om gewichtstoename te voorkomen, zoals braken, laxantia of diuretica, vasten of overmatig bewegen. Dit gebeurt gemiddeld minstens één keer per week gedurende drie maanden. Het zelfbeeld wordt sterk bepaald door figuur en gewicht. Het gewicht is vaak normaal, waardoor BN minder zichtbaar is.

Eetbuistoornis (BED)

Ook hier zijn er terugkerende eetbuien met controleverlies, minstens één keer per week gedurende drie maanden, maar zonder regelmatig compensatoir gedrag. De eetbuien gaan gepaard met minstens drie van de volgende kenmerken: veel sneller eten dan normaal, eten tot een oncomfortabel vol gevoel, grote hoeveelheden eten zonder honger, alleen eten uit schaamte, en zich daarna walgelijk, schuldig of somber voelen. Er is duidelijke lijdensdruk. BED is de meest voorkomende eetstoornis en gaat vaak, maar niet altijd, samen met overgewicht.

ARFID (Avoidant/Restrictive Food Intake Disorder)

Bij ARFID wordt voedsel vermeden of beperkt, maar niet vanuit zorgen over gewicht of figuur. De oorzaak ligt in een gebrek aan interesse in eten, een afkeer van sensorische eigenschappen van voedsel (geur, textuur, smaak), of angst voor negatieve gevolgen zoals verslikken of braken. Dit leidt tot gewichtsverlies of groeiachterstand, voedingstekorten, afhankelijkheid van sondevoeding of supplementen, en/of verstoring van het psychosociaal functioneren. ARFID komt op alle leeftijden voor, maar begint vaak in de kindertijd en gaat regelmatig samen met angststoornissen of autisme.

Andere gespecificeerde voeding- of eetstoornis (OSFED)

Deze classificatie wordt gebruikt bij eetstoornisklachten die lijdensdruk of beperkingen veroorzaken, maar niet volledig voldoen aan de criteria van een specifieke eetstoornis. Voorbeelden zijn atypische anorexia nervosa (alle criteria van AN, maar het gewicht is nog normaal of hoog ondanks aanzienlijk gewichtsverlies), boulimia nervosa of een eetbuistoornis met een lagere frequentie of kortere duur, een purgeerstoornis (purgeren zonder eetbuien) en het night eating syndrome. OSFED is niet minder ernstig: de somatische en psychische risico's kunnen even groot zijn als bij de volledige beelden.